Aktief zijn in een bosrijke omgeving. Ofwel wandelend, ofwel hardlopend, maar in ieder geval met je hoofd! Je krijgt de opdracht om een aantal punten in het bos op te zoeken.Als hulpmiddel gebruik je een gedetailleerde kaart en kompas.
Iedere keer kies je je eigen route, de volgens jou snelste route om naar het volgende punt te komen. Je kunt proberen dit zo snel mogelijk te doen, vaak wordt namelijk de tijd gemeten, maar wandelaars hebben hun eigen doel: gewoon lekker in het bos bezig zijn.
Je komt in de mooiste gebieden, niet alleen in eigen land, maar ook in het buitenland. In Nederland kun je denken aan duingebieden, gedeelten van de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug, de uitgestrekte Drentse en Brabantse bossen, maar ook aan stadsparken en recreatiegebieden.
Tijdens wedstrijden is het toegestaan om van de paden af te wijken, om binnendoor te steken. Dit is één van de essenties van het oriënteringslopen. Bij iedere wedstrijd is hiervoor speciale toestemming verkregen. Dat is pas echt oriënteren!
Van de terreinen zijn speciale kaarten gemaakt, waarop ieder detail in het bos is vastgelegd. Naast het volledige padennetwerk kun je denken aan greppels, kuilen, boomstronken, gedetailleerde hoogtelijnen en cultuurverschillen.
De schaal is vaak 1:10.000 of 1:15.000.
De kaart krijg je bij de start uitgereikt en hierop staan ook alle punten die je in het bos moet zien te vinden.
Deze punten heten posten en moeten in een vaste volgorde worden afgelopen. Een post bestaat uit een tang met een uniek merkteken en een rood-witte zak.